Paramenten
Paramenten is een verzamelnaam voor alle liturgische voorwerpen die in de kerk worden gebruikt en gemaakt zijn van textiel.
Ze worden meestal gemaakt in paramentenateliers, die zijn terug te vinden in sommige kloosters.
In het Oude Testament vinden we al de beschrijving van de tabernakel, gesproken wordt van tentkleden, ingeweven met Cherubs.
Genoemd worden er kleuren als blauwpurper, roodpurper, scharlaken en gouddraad.
Ook als we lezen over de tempelbouw van Salomo lezen we over veel goud en rijkdom.
In het Nieuwe Testament horen we weinig over kleuren, alleen in het boek Openbaring komt de kleur wit vaak voor.
Daar is wit een verwijzing naar het nieuwe leven waarvan Christenen geloven dat het na de dood
Rond het jaar 200 vinden we aanwijzingen over liturgisch gebruik van kleur.
Een kerkvader raadt dan medechristenen aan op een christelijke begrafenis witte kleren te dragen.
Want, zo zegt hij, voor Christenen heeft de dood een heel ander betekenis dan voor heidenen.
De dood is voor Christenen ook het deel krijgen aan Gods eeuwigheid.
Vanaf de vierde eeuw zijn er sporadisch berichten te vinden over gebruik van kleuren in de eredienst.
In eerste instantie alleen op Pasen, later ook op andere feestdagen.
Toch zien we vooral de kleur wit en het gebruik van veel goud en is er nog nauwelijks sprake van afspraken.
In de middeleeuwen zien we dat de kerk vooral zijn rijkdom wil laten zien en dat doet door het gebruik van veel goud en zelfs edelstenen.
Pas op het concilie van Trente, halverwege de zestiende eeuw, is er spraken van afspraken en worden er kleuren toegestaan en zelfs verboden.
Het tweede Vaticaans Concilie in 1960 geeft echt regels voor het gebruik van liturgische kleuren en het gebruik ervan.
De eeuwen door hebben kunstenaars paramenten ontworpen.
In de vijftiger jaren van de vorige eeuw was het de kunstenaar Matisse die voor die tijd erg moderne kazuifels ontwierp.
Vervolg (Kleur)